ACM krijgt inroepbevoegdheid bij kleine fusies en overnames: wat betekent dit voor ondernemers?
Ook een relatief kleine overname (welke onder de grens van de “nieuwe” omzetdrempels valt) kan straks onder het mededingingstoezicht vallen. De Tweede Kamer heeft op 22 september 2026 ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel Wet inroepbevoegdheid ACM. Daarmee krijgt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de mogelijkheid om bepaalde fusies en overnames te onderzoeken die onder de reguliere omzetdrempels voor verplichte melding blijven. Voor ondernemingen die actief zijn op overnamemarkten kan dit belangrijke gevolgen hebben voor de voorbereiding en uitvoering van transacties.
De wetswijziging is vooral gericht op overnames die afzonderlijk misschien weinig invloed lijken te hebben, maar die de concurrentie op een markt wezenlijk kunnen beperken. Denk aan een onderneming die stelselmatig kleinere concurrenten overneemt of een grote speler die een innovatieve start-up koopt voordat deze een serieuze concurrent kan worden.
De wet is nog niet definitief in werking getreden. Na instemming van de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel behandelen. De inwerkingtreding is voorzien op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Waarom een nieuwe bevoegdheid voor de ACM?
Het Nederlandse concentratietoezicht is traditioneel gebaseerd op omzetdrempels. Bij een voorgenomen fusie of overname moet worden beoordeeld of de betrokken ondernemingen gezamenlijk aan de wettelijke criteria voor meldingsplicht voldoen. Is dat niet het geval, dan hoeft de transactie in beginsel niet vooraf bij de ACM te worden gemeld.
Dat systeem biedt duidelijkheid en voorkomt dat iedere overname, hoe klein ook, aan voorafgaande goedkeuring moet worden onderworpen. Het kent echter ook een beperking: een overname kan strategisch van groot belang zijn, terwijl de overgenomen onderneming relatief weinig omzet heeft.
Juist bij innovatieve ondernemingen, jonge bedrijven en kleine regionale spelers zegt de omzet niet altijd voldoende over hun concurrentiepositie of toekomstige betekenis.
De nieuwe inroepbevoegdheid moet deze leemte verkleinen. De ACM kan daarmee onder bepaalde voorwaarden ook een concentratie onderzoeken die niet onder de reguliere meldingsdrempels valt. Het doel is te voorkomen dat ondernemingen door overnames een positie opbouwen waarmee zij de concurrentie wezenlijk kunnen beperken.
Drie situaties waarin de inroepbevoegdheid relevant kan zijn
1. Een reeks kleine overnames
Een onderneming kan haar marktpositie geleidelijk versterken door meerdere kleinere concurrenten over te nemen. Iedere transactie afzonderlijk heeft mogelijk een beperkt effect op de concurrentieverhoudingen. Het cumulatieve effect kan echter aanzienlijk zijn.
Denk aan een onderneming die in korte tijd verschillende regionale bedrijven in dezelfde sector overneemt. Naarmate het aantal zelfstandige concurrenten afneemt, kunnen klanten minder alternatieven overhouden. Ook kan de druk op prijzen, kwaliteit en dienstverlening verminderen.
Dit verschijnsel wordt ook wel aangeduid als serial acquisitions of, in bepaalde gevallen, roll-up acquisitions. De nieuwe bevoegdheid maakt het mogelijk om ook bij afzonderlijke transacties onder de reguliere omzetdrempels nader naar de gevolgen voor de mededinging te kijken.
2. De overname van een innovatieve start-up
Een tweede aandachtspunt is de overname van een start-up met veelbelovende technologie, intellectuele eigendomsrechten of een innovatief bedrijfsmodel.
Een grote onderneming kan bijvoorbeeld een jonge technologieonderneming overnemen die op termijn een bedreiging zou kunnen vormen voor haar bestaande producten. Wanneer de koper vervolgens de ontwikkeling van die technologie staakt, kan potentiële concurrentie verdwijnen.
Dit type transactie wordt vaak aangeduid als een killer acquisition. De kern van het mededingingsrechtelijke vraagstuk is dat de waarde van de start-up niet uitsluitend kan worden afgemeten aan haar huidige omzet. Ook haar innovatiepotentieel en de concurrentiedruk die zij in de toekomst zou kunnen uitoefenen, kunnen van belang zijn.
3. Overnames in de zorg en andere lokale markten
Ook in sectoren waarin ondernemingen regionaal of lokaal actief zijn, kan de nieuwe bevoegdheid relevant worden.
Stel dat een grote zorgaanbieder een kleine huisartsenpraktijk overneemt in een regio waar patiënten al weinig alternatieven hebben. De overname kan de keuzemogelijkheden van patiënten verder beperken, ook als de praktijk zelf een relatief geringe omzet heeft.
Vergelijkbare aandachtspunten kunnen spelen bij dierenartsen, kinderopvang, lokale dienstverlening en andere markten waarin een beperkt aantal aanbieders actief is.
De beoordeling zal steeds afhangen van de concrete omstandigheden. Een kleine overname is niet automatisch mededingingsrechtelijk problematisch. Doorslaggevend is of er voldoende aanleiding bestaat om de gevolgen voor de mededinging nader te onderzoeken.
Welke omzetdrempels zijn van belang?
De initiatiefwet bevat naast de inroepbevoegdheid ook wijzigingen in de systematiek van de omzetdrempels. Volgens de door de overheid gepubliceerde toelichting kan de ACM de inroepbevoegdheid inzetten wanneer ten minste één van de betrokken ondernemingen een omzet van € 50 miljoen behaalt. Daarnaast wordt de reguliere meldingsdrempel aangepast: voor een verplichte melding geldt onder de nieuwe systematiek een omzetdrempel van ten minste € 75 miljoen voor elk van beide betrokken ondernemingen (thans € 30 miljoen).
Deze drempels moeten in samenhang met de precieze wettelijke bepalingen worden gelezen. De inroepbevoegdheid betekent niet dat iedere transactie waarbij een onderneming € 50 miljoen omzet behaalt automatisch moet worden gemeld. Het gaat juist om de mogelijkheid voor de ACM om bepaalde transacties die buiten de reguliere meldingsplicht vallen, alsnog in onderzoek te nemen.
Voor ondernemingen is het daarom belangrijk onderscheid te maken tussen twee vragen:
- Meldingsplicht: moet de voorgenomen concentratie op grond van de reguliere wettelijke criteria vooraf bij de ACM worden gemeld?
- Inroepbevoegdheid: kan de ACM, ondanks het ontbreken van een reguliere meldingsplicht, besluiten de transactie alsnog te onderzoeken?
Dat onderscheid is van praktisch belang bij de beoordeling van transacties en bij het vaststellen van de voorwaarden waaronder een overname kan worden uitgevoerd.
Wat betekent dit voor de praktijk van fusies en overnames?
De nieuwe bevoegdheid kan gevolgen hebben voor zowel kopers als verkopers. Een transactie die voorheen buiten het concentratietoezicht leek te vallen, kan voortaan toch aanleiding geven tot onderzoek door de ACM.
Voor kopers betekent dit dat een analyse van de mededingingsrechtelijke risico’s niet uitsluitend op de omzetdrempels kan worden gebaseerd. Ook de marktpositie van partijen, het aantal resterende concurrenten, de rol van innovatie en eerdere overnames kunnen relevant zijn.
Voor verkopers kan de bevoegdheid gevolgen hebben voor de transactietiming en de zekerheid dat een verkoop daadwerkelijk doorgang vindt. Wanneer een transactie alsnog wordt onderzocht, kan dat leiden tot vertraging of onzekerheid over de uiteindelijke uitkomst.
In de transactiedocumentatie verdient daarom bijzondere aandacht hoe partijen omgaan met het risico van een ACM-onderzoek. Afhankelijk van de transactie kan het wenselijk zijn afspraken te maken over:
- de verantwoordelijkheid voor het beoordelen van mededingingsrechtelijke risico’s;
- de medewerking aan eventuele informatieverzoeken van de ACM;
- de gevolgen van een onderzoek voor de beoogde closingdatum;
- de verdeling van kosten en verantwoordelijkheden bij aanvullende procedures;
- de gevolgen wanneer de transactie niet of slechts onder voorwaarden kan doorgaan.
De passende contractuele regeling hangt af van de aard en omvang van de transactie en de mate waarin een mededingingsrechtelijk risico voorzienbaar is.
Due diligence: niet alleen kijken naar omzet
Een belangrijk praktisch gevolg is dat de mededingingsrechtelijke analyse bij bepaalde overnames breder kan worden dan een eenvoudige toets aan de wettelijke omzetdrempels.
Bij een onderneming die actief overnames doet, kan het verstandig zijn om niet alleen de voorgenomen transactie te beoordelen, maar ook de eerdere acquisities en de verwachte ontwikkeling van de markt in kaart te brengen.
Bij een innovatieve onderneming kan bijvoorbeeld relevant zijn welke technologie wordt overgenomen, welke alternatieven klanten hebben en of de doelonderneming een potentiële toekomstige concurrent is.
Bij een lokale onderneming kan juist de geografische markt van belang zijn: welke aanbieders zijn daadwerkelijk beschikbaar en hoeveel keuze blijft er na de overname over?
Een dergelijke analyse kan al in een vroeg stadium van het overnameproces worden uitgevoerd. Dat biedt ruimte om risico’s te identificeren voordat partijen zich contractueel onvoorwaardelijk aan de transactie verbinden.
Betekent de nieuwe bevoegdheid meer onzekerheid voor iedere overname?
Niet iedere kleine fusie of overname zal voortaan door de ACM worden onderzocht. De nieuwe bevoegdheid is bedoeld om transacties te kunnen beoordelen waarbij aanwijzingen bestaan voor mogelijke mededingingsproblemen.
Tegelijkertijd brengt de bevoegdheid een extra aandachtspunt mee voor ondernemingen die structureel kleinere bedrijven overnemen, actief zijn in geconcentreerde markten of een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van nieuwe technologie.
De precieze betekenis zal mede afhangen van de wettelijke uitwerking, de toepassingspraktijk van de ACM en de manier waarop de bevoegdheid in concrete gevallen wordt ingezet.
Voor ondernemers en hun adviseurs ligt de uitdaging daarom in het vinden van de juiste balans: enerzijds voorkomen dat onnodige procedures ontstaan, anderzijds tijdig onderkennen wanneer een transactie mededingingsrechtelijk gevoelig kan zijn.
Conclusie
De voorgenomen uitbreiding van het concentratietoezicht betekent dat omzetdrempels minder dan voorheen als enige praktische graadmeter kunnen dienen voor de vraag of een overname mededingingsrechtelijke aandacht verdient.
Vooral ondernemingen die door middel van opeenvolgende acquisities groeien, ondernemingen die innovatieve start-ups overnemen en partijen die actief zijn op geconcentreerde lokale markten, doen er goed aan de ontwikkeling van deze wetgeving te volgen.
De belangrijkste les voor de overnamepraktijk is dan ook: beoordeel niet alleen of een transactie moet worden gemeld, maar ook of er mededingingsrechtelijke redenen zijn waarom de ACM er belangstelling voor kan hebben. Een tijdige analyse kan bijdragen aan een beter beheersbaar transactieproces en duidelijkere afspraken tussen koper en verkoper.


